Verslaafd aan noodhulp

Tenten in HaitiEen jaar na de aardbevingsramp op Haïti is er ondanks de enorme hoeveelheid hulp en  geld (Nederland: € 111 miljoen) nog altijd een noodsituatie in het land.  Nog altijd leven meer dan een miljoen mensen in tenten of onder zeildoeken. De hoofdstad ligt nog steeds bezaaid met puin en het land kent ernstige politieke besluiteloosheid. Een tsunami van hulporganisaties, voorzien van royale financiële middelen, heeft zich vorig jaar op Haiti gestort, maar blijkbaar zonder succes. De over elkaar buitelende hulporganisaties willen nog jaren met Haïti doorgaan.

En intussen zitten de Haïtianen nog steeds massaal onder hun zeildoeken en tenten. En ze worden geholpen, geholpen en geholpen. De hulporganisaties willen doorgaan, en meer coördineren. Maar de vraag is of deze noodhulp nog wel helpt, of dat de hulp de nood juist in standhoudt. De feiten wijzen richting het laatste. Maakt die noodhulp de inwoners misschien afhankelijk en ontneemt het hen de noodzaak om zelf initiatieven te nemen? In de gezondheidszorg ken men het fenomeen ‘hospitaliseren’: het zó gewend raken aan de verzorging in een ziekenhuis dat men zich daarbuiten moeilijk kan handhaven. Hoe langer de verzorging duurt, hoe groter de kans is dat de patiënt hospitaliseert. Zou het bij de noodhulp niet ook zo werken? Hoe langer men noodhulp geeft, hoe moeilijker men op eigen kracht verder kan? Zouden we dan niet juist deze noodhulp moeten afbouwen, in plaats van deze meer te coördineren? Misschien maar overstappen op hulp die wel werkt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *