Doorgaan naar hoofdcontent

Troonrede moet korter




Oud PvdA-politicus Erik Jurgens pleitte er enkele weken geleden in NRC Handelsblad voor om de Troonrede door de Koningin af te schaffen. Dat is geen nieuw plan. Reeds eerder is gepleit om op Prinsjesdag een onderscheid te maken tussen de plechtige opening van het parlementaire jaar (door het staatshoofd) en de inhoudelijke presentatie van de rijksbegroting (door de minister-president).


Jurgens' belangrijkste argument is dat de Troonrede als deze door het staatshoofd wordt voorgelezen, onvermijdelijk saai is: gortdroog. De Troonrede heeft gemiddeld zo'n 2.000 woorden. In de jaren 1973-1977 meestal meer en in de jaren en 1983-1993 soms meer dan 3.000 woorden. Vanaf 1994 telde de troonrede gemiddeld 2.635 woorden, tot het vanaf 2001 weer wat afnam tot ver onder de 2.000 woorden. De kortste Troonrede ooit was in 1981 met 913 woorden, toen het kabinet nog maar een paar dagen was aangetreden. Misschien is 140 tekens wat kort, maar wat te denken van een troonrede die niet meer is dan een korte zakelijke samenvatting van de miljoenennota op 1 A4-tje, zo'n 300 woorden? Het koningshuis is deze week weer onderwerp van gesprek. En er zou zich draagvlak  ontwikkelen voor een minder politiek koningshuis.  Een verkorting van de troonrede, die een aantal kernfeiten van de begroting belicht, en grotendeels ontdaan is van politieke inhoud, zou een stap kunnen zijn. Daarvoor hoef je, als ik het goed zie, geen Grondwet te wijzigen.