Verslaving
Ik heb volwassen kinderen. Een van hen rookt sigaretten, de ander vapet. Mijn vrouw eet met veel plezier drop en mijn niet rokende zoon doet daar geregeld aan mee. Nicotine en drop. Heel verschillende producten, maar ze hebben één ding gemeen: ze kunnen verslavend zijn. En ze brengen ook gezondheidsrisico’s met zich mee, zij het in zeer verschillende mate.
Sigaretten zijn legaal, ondanks het feit dat ze veruit de grootste gezondheidsschade veroorzaken. Vapes zijn eveneens toegestaan, zij het onder steeds strengere voorwaarden. Drop is gewoon in iedere supermarkt verkrijgbaar, terwijl overmatig gebruik ook gezondheidsrisico’s kent, bijvoorbeeld voor de bloeddruk.
Nicotine
Maar nicotinezakjes zijn in Nederland verboden. Nicotinezakjes zijn kleine zakjes met nicotine en smaakstoffen die je tussen je bovenlip en tandvlees plaatst. Ze bevatten geen tabak, maar de nicotine wordt wel via het mondslijmvlies opgenomen.
Dat roept bij mij een fundamentele vraag op: waar richt het beleid zich eigenlijk op? Op de verslaving zelf? Of op de maatschappelijke schade die daarvan het gevolg is?
Waar heeft de samenleving last van?
Verslaving komt in allerlei vormen voor. Cafeïne, suiker, chocolade, sociale media, alcohol, nicotine: mensen zijn nu eenmaal gevoelig voor gewoonten en afhankelijkheden. Niet iedere verslaving vormt echter hetzelfde maatschappelijke probleem. Vanuit het publieke belang draait het echte uiteindelijk om de gezondheidsschade, de ziektelast en de maatschappelijke kosten. Wat het maatschappelijk effect moet voor de overheid het kompas vormen.
Juist daar zit het grote verschil tussen de verschillende nicotineproducten. Over de schadelijkheid van roken bestaat nauwelijks discussie. Roken is nog altijd één van de belangrijkste vermijdbare oorzaken van ziekte en vroegtijdig overlijden. Voor gereguleerde nicotinezakjes geldt dat niet. Zij bevatten wel nicotine, maar geen tabak, geen verbranding en geen teer. Dat maakt ze niet onschuldig - net als van drop kun je er teveel van innemen - maar volgens veel wetenschappelijke studies zijn ze wel aanzienlijk veel minder schadelijk dan roken. Voor mensen die toch al aan nicotine verslaafd zijn, zoals mijn kinderen, kan overstappen daarom een duidelijke en bewezen gezondheidswinst opleveren.
Toch lijkt het beleid uit te gaan van één uitgangspunt: nicotine is het probleem.
Europese regelgeving
Dat zie je ook terug in de discussie over de herziening van de Europese regelgeving. Bescherming van jongeren krijgt veel aandacht. Maar daardoor dreigt het onderscheid tussen verslaving en daadwerkelijke maatschappelijk relevante gezondheidsschade naar de achtergrond te verdwijnen.
Volgens mij zou de centrale beleidsvraag een andere moeten zijn. Welke aanpak levert de grootste maatschappelijke winst op? Dat betekent dat meerdere doelen tegelijk moeten worden afgewogen:
het terugdringen van rookgerelateerde ziekte en sterfte
het beschermen van jongeren tegen schadelijke vormen van nicotinegebruik
het beperken van zorgkosten en andere maatschappelijke schade (ziekteverzuim, rookpauzes, vervuiling)
en het voorkomen van illegale markten en bijbehorende zware criminaliteit.
Vanuit dat perspectief verdient risicoreductie veel meer aandacht. Niet als aanmoediging om nicotine te gebruiken, maar als strategie om de schade voor gebruikers zo klein mogelijk te maken.
Zweden
Zweden wordt vaak terecht genoemd als voorbeeld. Daar wordt relatief veel gebruikgemaakt van orale nicotineproducten, zoals “snus”, terwijl het aandeel rokers en de tabaksgerelateerde sterfte laag zijn. Zweden heeft dankzij snus-traditie de laagste rookprevalentie van Europa, significant lagere longkankersterfte terwijl totale nicotineconsumptie niet extreem lager ligt dan elders. Dit is een van de sterkste real-world voorbeelden.
Minder ideologisch
Daarom zou ik beleidsmakers willen vragen om de discussie minder ideologisch en meer vanuit maatschappelijke effecten te voeren. Differentieer tussen producten op basis van hun werkelijke gezondheidsrisico’s. Stel hoge eisen aan kwaliteit en marketing, maar biedt volwassen rokers die niet stoppen wel toegang tot aantoonbaar minder schadelijke alternatieven.
Uiteindelijk gaat het publieke belang niet over het bestrijden van iedere vorm van verslaving. Het gaat over het terugdringen van maatschappelijke schade. En het beleid wordt maatschappelijk ook meer geaccepteerd dan het huidige rigide anti nicotine beleid.


0 Reacties