Kort geleden zag ik op LinkedIn een bericht

over mijn inmiddels gepensioneerde vroegere leidinggevende. Iemand feliciteerde hem met z'n jubileum als emeritus hoogleraar. Hij bedankte vervolgens vriendelijk, maar voegde eraan toe dat hij inmiddels toch echt het leven van een pensionado leidde. En dat dat “ook een druk bestaan” was.

Het was niet de eerste keer dat ik zoiets hoorde. Mijn oudere broer en nog oudere zus zijn recentelijk allebei met pensioen. Een afspraak maken blijkt echter verrassend vaak ingewikkeld. Er is altijd wel iets: een trip naar het buitenland, vrijwilligerswerk, de (klein)kinderen, een klus of een andere afspraak. Met mijn jongere broer, die net als ik nog fulltime werkt, lukt het juist veel makkelijker. En ik merk dit vaker. Hoe kan iemand zónder fulltime baan moeilijker in te plannen zijn dan iemand mét baan? Je zou verwachten dat pensionering vooral tijdruimte oplevert. Geen werkweek van veertig uur meer en ’s avonds niet meer moe op de bank ploffen. Eindelijk tijd zat, nietwaar?

Toch hebben veel gepensioneerden hun dagen blijkbaar behoorlijk vol. Dat lijkt gek, maar betaald werk neemt niet alleen tijd in beslag - het dwingt ook tot keuzes. Het creëert schaarste, en schaarste dwingt tot prioritering.

Zodra de externe structuur van een baan wegvalt, ontstaat er ruimte. En die ruimte wordt op allerlei manieren ingevuld. Allereerst is er het klassieke Parkinson-effect. Dat houdt ik dat werk (of welke activiteit dan ook) zich uitbreidt tot de tijd die ervoor beschikbaar is. Waar een werkende op zaterdagochtend even snel de wekelijkse boodschappen doet, maakt een pensionado er een uitje van - en doet dat gerust meerdere keren per week. Eerst een kop koffie, dan naar de markt, onderweg een praatje, nog even langs de speciaalzaak. De rit naar het tuincentrum krijgt drie tussenstops. Niet omdat het moet, maar omdat het kan; er is tijd voor.

Daarnaast wordt de eindeloze lijst met uitgestelde klussen eindelijk aangepakt. Iedereen heeft zo’n lijst: dingen die al jaren “ooit nog” moeten gebeuren. Bij ons staan de plinten al sinds 2008 in de grondverf. Ik werk privé namelijk met een dagelijkse top drie (in het weekend een top vijf of zes). Wat niet belangrijk genoeg is, schuift door. En blijkbaar waren die plinten al die jaren nooit urgent genoeg.

Werkenden leren leven met zo’n lijst. Pensionado’s beginnen eraan — en ontdekken dan dat die lijst oneindig is: de foto’s uitzoeken, het scheve kastdeurtje fixen, de schuur opruimen, de administratie ordenen, dat boek dat al tien jaar ligt te wachten…

Veel mensen in mijn omgeving stoppen met betaald werk, maar gaan óók iets nieuws doen: ‘n beetje vrijwilligerswerk, wat met de (klein)kinderen, een bestuursfunctie, reizen. Hun agenda vult zich sneller dan bij mij. Maar moet je je dag eigenlijk wel zo laten vullen?

Echt nieuwe uitdagingen zijn nodig

Werkenden managen voortdurend schaarste aan tijd. Gepensioneerden hoeven dat veel minder te doen. Maar die vrijheid heeft ook een keerzijde: efficiëntie gaat verloren en minder belangrijke zaken krijgen ineens wél aandacht. De scherpe prioritering verdwijnt.
Neuropsycholoog Erik Scherder waarschuwt daar in zijn nieuwste boek Liever moe dan lui expliciet voor. Ons brein heeft regelmatige uitdaging, structuur en nieuwe prikkels nodig. “Use it or lose it”. Precies daarom is de oproep om na je pensioen niet de makkelijke weg te kiezen en je dagen te vullen met de eindeloze lijst van leuke dingen en uitgestelde klusjes. Dat zijn geen activiteiten die je echt uitdagen. De echte kunst is om jezelf echt blijvend uit te dagen. Nieuwe dingen oppakken die je weer dwingen tot nadenken, keuzes en prioriteiten. Want wie na zijn pensioen stopt met groeien, laat zijn brein langzaam verslappen. De dag vult zich vanzelf. De vraag is alleen: waarmee?

Erik Scherder en de Hersenstichting dagen je uit. Niet pas na je pensioen, maar nu al! Met al die AI in ons leven dat zaken makkelijke maakt, is dat volgens Erik Scherder harder nodig dan ooit. 
Doe mee via deze link.



est